This is a SEO version of lebowski-najaar-2011. Click here to view full version
« Previous Page Table of Contents Next Page »Enige jaren geleden belde er op een dag iemand aan bij Herman Huizinga. Via de intercom hoorde hij: ‘De post met een pakketje. Wilt u even komen tekenen?’
Toen hij de buitendeur opendeed, zag hij een kleine, brede, gedrongen man van in de veertig zonder pakketje en zonder iets dat op een uniform leek. ‘Ja, ik dacht: als ik zeg wie ik echt ben, doe je natuurlijk niet open. Dus deed ik het maar zo.’
Herman kende de man niet en wilde hem met een ‘aan de deur wordt niet gekocht’ buitensluiten, maar realiseerde zich meteen dat deze uitdrukking niet meer van deze tijd was. En terwijl hij overdacht of er tegenwoordig überhaupt nog wel aan de deur werd gekocht, duwde de man de deur verder open. Hij deed dat zo ruw dat Herman struikelde en op de grond viel. De man stapte de hal binnen en deed de deur achter zich dicht.
‘Wees maar niet bang, ouwe, ik doe je niks. En kruipen hoef je ook niet voor me. Dat komt later wel.’ Hij lachte na die laatste zin op een manier die bij andere mensen bulderen zou heten, maar bij hem door een veel te hoge keelklank niet verder kwam dan hinniken.
Hij stak zijn hand uit naar Herman, die zich, te verbijsterd om bang te zijn, door de man overeind liet helpen.
‘Ik moet met je praten, Herman Huizinga. Over belangrijke zaken. En ik weet niet of jij die normaal op de gang afhandelt, maar ik niet.’ Weer kwam er een hoge hinnik. Een kortere deze keer.
‘Wie bent u?’ vroeg Herman, nu toch wel bang geworden, eerder door de haat die doorklonk in de toon van de vreemde dan door de situatie zelf. ‘Ik ben Patrick, en wordt dat nog wat met die gastvrijheid? Of doet de elite daar tegenwoordig niet meer aan?’
Trillend op zijn benen ging Herman Patrick voor naar de woonkeuken waar hij net koffe had gezet.
‘Zo, meneer Huizinga heeft het goed voor elkaar. Als dit nog maar de keuken is dan belooft dat veel voor de rest van het huis. Ik ga een echt paleisje erven.’
‘Hoe bedoelt u dat?’ bracht Herman met moeite uit.
‘Omdat ik je zoon ben, ouwe lul. Je bloedeigen zoon. Ja, dat is even schrikken, hè? Ik schrik er zelf ook nog steeds van, dus geef me maar wat te drinken.’
Er zijn momenten in het leven dat er iets gebeurt dat zoveel groter is dan de werkelijkheid, dat emoties als schrik en verbijstering niet van toepassing zijn. Er gaat op zo’n moment iets door een mens heen dat zich geheel afspeelt binnen het lichaam en daar een tot dan toe onbekend gevoel teweegbrengt dat groter is dan alle gevoelens die dat lichaam ooit heeft gekend. Ook lijkt er een klem gezet die het hele lichaam omvat en ervoor zorgt dat de gevoelens niet naar buiten kunnen. Terwijl de mens voelt dat ze groeien en groeien. Herman beleefde iets dergelijks, en had daarbij, zoals hij me later vertelde, nóg een opmerkelijk pijnlijke gevoelservaring doorgemaakt. Het gevoel dat er een spijker in zijn schedeldak werd geslagen die doorging tot in zijn kruis. Tegelijk kreeg hij een heel helder besef. Het besef dat zijn leven vanaf dat moment nooit meer hetzelfde zou zijn.
fragment 06 | 07
This is a SEO version of lebowski-najaar-2011. Click here to view full version
« Previous Page Table of Contents Next Page »